Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verlangen in mij grooter om onder heden van aanzien en beschaving te zijn. Het gelukte mij ze een voor een weg te krijgen, daarna bracht ik mijn oom naar bed die, hoewel niet stomdronken, zich toch zwaar in het hoofd voelde. Ik trachtte mij voor den nacht te behelpen deels met mijn eigen kleeren deels met de hier nog liggende plunje van hen, wier zielen God tot zich heeft genomen.

Op deze wijze brachten wij den nacht door, s ochtends sprak ik er mijn oom over dat ik wel in kennis met mijn erfdeel en daarvan in het bezit wenschte te worden gesteld, en merkte daarbij op dat ik mij erg vermoeid voelde en niet wist waarvan. Hij stak een been uit bed, stond op, en wij begonnen druk over mijn zaken te spreken; nuj kostte zulks moeite genoeg, omdat hij zoo aangeschoten en lomp boersch was. Eindelijk bracht ik het zoover dat hij mededeelde, waar zich althans een deel — niet het geheel —■ van hètgeen mij toebehoorde, bevond, en zoo zeide hij mij dat mijn vader een driehonderd dukaten, die hij met handenarbeid had verdiend, toevertrouwd had aan eene goede vrouw, die de heelster was van al het gestolene tien mijlen in den omtrek. Om u niet met alle mogelijke bizonderheden te vermoeien deel ik u mede dat ik het geld dat mij toekwam, voorzoover mijn oom het niet had verbrast, en dat was véél, aangezien hij een weinig nauwgezet mensch was, in den buidel stak. Mijn oom had gedacht dat ik door dat geld mijn academischen graad zou kunnen verkrijgen en dat ik door te studeeren wel kardinaal zou kunnen worden, hetgeen hij niet voor moeilijk hield. Toen hij zag dat ik het geld had, zei hij tot nuj: „ Pablo, mijn zoon, de schuld zal geheel aan u hggen, als gij niet

Don Pablo 7

Sluiten