Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er op te worden gelet, dat men altijd eene plaats naast het portier heeft, zoodat men er het geheele hoofd uit kan steken en buigingen kan maken, opdat allen ons zouden zien, en men zóó spreken kan met vrienden en kennissen, al kijken die naar een anderen kant.

„Als wij in tegenwoordigheid van dames door een bekend insect gebeten worden, hebben wij manieren om ons te krabben, zonder dat het bemerkt wordt. Gebeurt zoo iets in onze zij, dan doen wij een verhaal van een soldaat die op die plaats juist een degensteek kreeg, en wij duiden haar die plek aan, met de handen gelijktijdig de bijtlustigen krabbend. Als het in de kerk geschiedt, en ze ons in de borst bijten, dan slaan wij er naar, alsof wij het óanctuó baden, hoewel het een introibo moge wezen; doen ze het in den rug, dan staan wij op, gaan leunen tegen een muur of eenig vooruitstekend gedeelte en dan, den schijn aannemend of wij ons oprichten om met belangstelling naar iets te kijken, krabben we ons. ^Vat zal ik zeggen van het chapitre: hegen ? Nimmer komt een woord van waarheid over onze hppen; zoo mengen wij steeds hertogen en graven in onze gesprekken, de eenen tot onze vrienden, de anderen tot onze verwanten makend, er bij vermeldend dat die aanzienlijke heeren ter ziele zijn, of heel ver weg wonen. En wat het opmerklijkste is, is dat we ons nooit toeleggen op de hef de, tenzij om het pane lucrando; de categorie luxe-vrouwen, hoe bekoorlijk zij ook moge wezen, is voor ons verboden waar, en zoo zoeken wij altijd de gunsten te verkrijgen van eene gaarkeuken-houdster voor de eterij, — van eene pension- of hotelhoudster voor het logies,.— van eene

Sluiten