Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stijfster en plooister van kragen voor dit voor den man onontbeerlijke kleedingstuk. En hoewel wij door zoo weinig te eten en zoo slecht te drinken zoo velen niet kunnen bevredigen, is ieder toch met haar aandeel tevreden (92).

„Zou iemand die mijne laarzen ziet, gelooven dat er caballeroi zijn die ze dragen op de bloote beenen zonder kousen of iets anders? En die dezen kraag ziet, zou hij kunnen gelooven dat ik geen hemd heb? Wat ook een caballero moge kunnen missen, heer candidaat, alleen een open en gesteven kraag niet. Vooreerst is het een groot sieraad voor den persoon zelf, en wijders is het, na gekeerd en geheel afgedragen te zijn, nog als levensmiddel geschikt, omdat men zich nog voeden kan met de stijfsel, als men dit artikel maar weet te bereiden. Om kort te gaan, heer candidaat, iemand van onzen stand heeft meer ontberingen en nooden te doorstaan dan eene negen-maandsch-zwangere-vrouw; zóó leeft men nu eenmaal in de hoofdstad. Nu eens verkeert men in voorspoed en heeft veel geld, dan eens komt men in een hospitaal te recht; maar ten slotte, men heeft het leven, en hij die weet daarin de moeilijkheden te ovei^vinnen, is koning met het weinige dat hij heeft."

Ik had zoo'n genoegen in de zonderlinge levenswijze en de gedragingen van dezen hidalgo, en was daardoor zoo verbluft dat ik opgevroolijkt door deze en andere verhalen, mijn reis te voet vervolgend, zonder het te bemerken in de nabijheid van Rozas kwam, waar wij dien nacht vertoefden. Onze hidalgo, die geen rooie duit bij zich had, gebruikte met mij het avondeten; ik was hem verplicht wegens zijne inhchtingen, daar deze mij

Sluiten