Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wrik. Wij groetten allen die wij tegenkwamen; voor de mannen namen wij den hoed af, hetzelfde wenschende te doen met hun mantels; voor de vrouwen maakten wij diepe buigingen, daar zulks haar welgevallig is, maar nog vermakelijker vinden ze ons het vaderschap toe te kennen. Op deze wandeling zei mijn waarde opvoeder tegen een voorbijganger: „Morgen krijg ik geld", tot een ander: „Gij moet nog een dag wachten, want de bankier had weer eene uitvlucht bedacht". De een vroeg hem den hem uitgeleenden mantel terug te hebben, de ander drong zeer er op aan zijn broekriem weer te krijgen; hieraan kon ik merken, dat hij 'n ware vriend voor zijne vrienden was, immers hij kon niets het zijne noemen. Wij gingen verder, telkens de straat overstekend, zigzagswijze (9), om de huizen van zijn schuldeischers te vermijden. Toch werd hij aangesproken; de een vroeg hem om de huishuur, een ander om de verschuldigde huur van zijn degen, een derde die voor het gebroik van beddelakens en hemden, zoodat het er veel van had, of mijn metgezel zelf een haarcaballero was, als men dit woord bezigen kan', evenals men van huurmuildieren spreekt. Toen zag hg iemand in de verte die hem volgens zijn zeggen wel de oogen zou willen uitrukken, maar niet het hem verschuldigde geld ontrukken kon. En om door dezen man niet herkend te worden, het hij zijn lange haar, dat hij gewoon was achter de ooren te laten hangen, over het voorhoofd vallen, zoodat hg leek èn op een nazarener kop in een zweetdoek (10) en op een caballero met een woesten haardos; daarbij plakte hij fluks een pleister bij een oog en begon met mij italiaansch te spreken. Een en ander had hij gedaan, vóórdat

Sluiten