Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

notarissen niet, zouden wij, ondervoede drommels, dan gebrek moeten lijden? Gij bezit eene beklagenswaardige maag." .— „Dat is zoo," hernam ik, „maar ik ben bang dat zulks nog erger wordt, als er niets in is." Terwijl wij aan het spreken waren, sloeg het twaalf en daar ik nog een nieuweling in het vak was, viel de ontbijtkoek niet in de gunst van mijn ingewanden, en ik had honger, alsof ik die paar sneden niet had verorberd. Daaraan weer herinnerd wordend, richtte ik het woord tot mijn vriend, zeggend: „ Dit hongerdiëet is een harde proeftijd. Van nature ben ik iemand met goeden eetlust (13) en gij laat mij vastendagen houden 1 Dat gij geen honger hebt, verbaast mij niet, want gij zijt daaraan van kindsbeen af gewend —>> zooals die koning, gij weet wel, met het gif (14) — zoodat gij daarvan leeft. Ik zie u geen hevige haast maken om wat tusschen de kaken te krijgen en daarom ben ik besloten om te eten, wat ik maar kan." — „Cuerpo de Diaó," hernam hij, „gij zijt er een! Nauwelijks heeft het twaalf geslagen, en hebt gij reeds zoo'n haast ? Gij houdt er een stipte en kort aangebonden appetijt op na, maar gij dient de bevrediging daarvan met geduld te leeren afwachten. Zoudt gij niets willen doen als maar den geheelen dag eten ? ^Vat anders doen de dieren? Het is nooit voorgekomen dat een ridder van onze orde van te veel eten eene slechte spijsvertering heeft gehad en deze hem buikloop of verstopping heeft bezorgd. Ik heb u reeds gezegd dat God niemand gebrek doet lijden; als gij evenwel zooveel haast hebt, welnu, ik ga naar de soepuitdeeling van het klooster San Terónimo, waar de monniken vet zijn als kapoenen, en daar zal ik mij den krop vullen. Als gij mij

Sluiten