Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft van een patrijs, mijn óogen waren èr stnf op gericht erf wel concentreerden die zich met zóó n geweldige kracht op de pastei, dat deze verschrompelde, zichtbaar ineenkromp als een die door het booze oog getroffen wordt. Het is wel niet mogelijk zich een denkbeeld te maken van de schommelingen in mijn gemoed, — nu eens kwam het voornemen in mij op om de pastei te kapen, dan weer besloot ik die te betalen. Het sloeg één uur en dat maakte een einde aan dezen tweestrijd; ik kwam tot het besluit een gaarkeuken op te zoeken. Toen ik er een trachtte op te sporen (16), beschikte het de Voorzienigheiddatikmijn academievriend, den candidaat Flechilla, ontmoette, die met een zwierigen gang, de heupen wiegend, door de straat liep; ik zag dat zijn gezicht meer sproeten vertoonde dan kersen aan den boom en dat er zooveel klodders vuil aan den rand van zijne soutane hingen, dat hij wel op een vuilniskar geleek. Toen hij mij gewaar werd — en ik verwonderde mij dat hij mij, zooals ik er toen uitzag, herkende — stormde hij op nuj los; wij omarmden elkaar, hij vroeg mij, hoe ik het maakte, waarop ik antwoordde: „Heer candidaat, wat heb ik u veel te vertellen 1 Alleen spijt het mij dat ik nog dezen avond moet vertrekken." — „Dat spijt nuj ook," hernam hij, „en als het niet zoo laat was, en ik geen haast had om te gaan eten, zou ik bij u blijven, bovendien word ik verwacht bij mijne zuster en haar man." — „Is óehora Ana hier? dan laat ik mijn plan varen en ga ik haar een bezoek brengen, want mijn verphchtingen gaan vóór alles.'

Ik had mijn ooren gespitst bij het hooren dat hg nog niet gegeten had, stapte mee en vertelde hem onderweg, dat het nuj bekend was dat een meisje — waarvan hij in Alcala veel had gehouden — hier

Sluiten