Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de mooiste van de twee in de handen hield, tevens als een onderpand dat ik haar den volgenden dag vast en zeker zou bezoeken. Zij weigerde aan mijn wensch te voldoen, waarop ik van mijne zijde haar als pand de honderd kronen aanbood, welk aanbod zij afsloegen, en in de zekere verwachting dat zij mij later dubbel en dwars zouden plukken, vertrouwden zij mij den rozenkrans toe, en mij nogmaals het adres van hare woning opgevende, vroegen ze mij, waar ik mijn verblijf, hield. Zij vergaten niet er mij opmerkzaam op te maken dat de jeugdige bediende niet ten allen tijde toegang tot hare woning had, want dat men bedenken moest, dat zij fatsoenlijke vrouwen waren. Ik begeleidde haar door de calle (19) JUayor, en waar deze uitkomt in de calle de lai Carretaö (20), koos ik het mooiste en het grootste huis uit, waar een niet aangespannen koets voor de deur stond, zeggende dat een en ander mij toebehoorde en dit alles met den meester tot hare beschikking stond, en dat ik don Alvaro de Córdoba heette; ik trad daarop de poort binnen zóó dat zij het zagen. Ik moet hier nog bijvoegen dat ik, toen wij den winkel uitgingen, een der jonge bedienden die aan den overkant van de straat stonden, op ontzag inboezemende wijze met de hand wenkte, en het deed voorkomen, of ik zeide dat hij en de anderen mij daar moesten blijven wachten; in werkelijkheid echter vroeg ik hem, of hij de bediende was van mijn oom, den Commandeur. Hij antwoordde van niet, en aldus pronkte ik, zooals een goed caballero betaamt, met de aan anderen toebehoorende bedienden.

Toen de avond ver gevorderd was, gingen wij allen naar huis. Binnengekomen zag ik dat de hierboven vermelde soldaat met het in lompen

Sluiten