Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten nederleggen, en nopens de vraag of die al of niet genoegzaam verwijderd was, ontstond een woordentwist. Ik trad hier als mijn eigen rechter op en wierp eeE mijner tegenstanders den halven inhoud van den pot in het gelaat. Deze gleed bij het haastig opstaan uit en wekte door het gedruisch het geheele gezelschap uit den slaap. In de hitte van het gevecht wierpen wij in het duister elkaar den inhoud der potten toe en zulks veroorzaakte zóó'n stank dat allen gedwongen waren op te staan. Kr ontstond toen een geweldig geschreeuw, waarop de cipier, in de meening dat sommigen van de onder zijne hoede geplaatsten er van door gingen, kwam aangeloopen door al de bewakers gevolgd. Aangekomen in de zaal der gevangenen het hij hcht brengen en stelde een onderzoek omtrent het voorgevallene in. Allen wezen mij als den schuldige aan. Ik verdedigde mij met te zeggen dat zij den geheelen nacht mij belet hadden de oogen te sluiten om maar de hunnen te kunnen openen (37). De gevangenbewaarder, in de meening verkeerende dat ik om niet in het hol te moeten afdalen hem wel weer een goudstuk zou geven, nam eene beshssing in deze zaak en het mij naar beneden brengen. Ik besloot hierin te berusten liever dan voor de tweede maal den geldbuidel aan te spreken. Ik werd dus naar den onderaardschen kerker gevoerd, waar de vrienden mij met juichkreten ontvingen.

Ik had het dien nacht vinnig koud, daar ik niet genoeg dek had. De Heer deed het dag worden en wij werden buiten gebracht. ^Vij zagen weer eikaars gezichten, en het eerste waarom men ons vroeg, was iets te geven voor het schoonhouden van het gevang op straffe van eene voortreffelijke culebrazo (38) bij met-betaling. Ik gaf terstond

Sluiten