Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hierbij. Ik ging toen heen met mijn beide verlossers, hen dank zeggend dat zij mij in vrijheid hadden gesteld — mijn gelaat gebeukt door de vuist- (59) en mijn schouders toegetakeld door de riemslagen. De Cataloniër had erg veel schik met het geval, en zei tot het meisje dat zij met mij trouwen moest, en dat men het spreekwoord dat men na van horens te zijn voorzien, geslagen wordt, ten aanzien van mij omkeeren moest in: dat men eerst geslagen wordt en daarna met horens wordt getooid. Hij noemde mij een kloeke en vermetele vent, sarcastisch doelende op de stokslagen; met welke dubbelzinnigheden hij mij hoonde. Als ik hem een bezoek bracht, had hij het dadehjk over het slaan met stokken (60), andere keeren over brand- en timmerhout. Toen ik aldus beschimpt en gesmaald werd en ik bovendien bemerkte dat zij het bedrog omtrent mijn rijkdom begonnen te ontdekken, praktizeerde ik, hoe het best met medenemen van mijn bundel kleeren het huis te verlaten zonder betahng van het bedrag voor kost en inwoning, dat toch verscheiden realen behep. Ik kwam met zekeren Brandalagas, een candidaat in de letteren, en geboortig uit Hornillos (61) en met twee van diens makkers overeen dat zij mij op zekeren nacht zouden komen in hechtenis nemen. Zij waren er op den afgesproken tijd en gaven de vrouw des huizes te kennen dat zij kwamen namens el Santo Oficio (62) en dat geheimhouding verplicht was. Alle huisgenooten kregen den schrik op het lijf, omdat ik mij bij de vrouwen als beoefenaar van de zwarte kunst had voorgedaan. Deze hadden er niets tegen in te brengen dat men mij wegvoerde, maar bij het zien weghalen van wat ik aan kleeren bezat, vroegen ze daarop beslag te mogen leggen wegens het haar verschuldigde, de bezoekers zeiden echter

Sluiten