Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beteren. En mijn goed gesternte wilde dat ik in vele gevallen werkelijk bewijzen van paardenkennis gaf. De beide heeren waren hierover opgetogen en dachten, zooals ik mij verbeeldde, zeker bij zichzelf: „^Vie zou dit klaploopend heerschap (66) wel zijn?" Een van hen droeg een gewoon ordeteeken op zijn borst, de ander had het commandeurskruis hangen aan een gulden keten met diamanten bezet. Om hun aandacht te trekken, zei ik, dat ik er op uit was om goede paarden te koopen voor mij en mijn bloedverwant, die wij wilden laten uitkomen op de aanstaande wedrennen. Aangekomen aan het Prado, stapte ik af en ging, met naar buiten staande hielen, langzaam wandelen, met den mantel over een schouder geslagen en den hoed in de hand. Iedereen keek mij aan, de een zei: „ Dien heb ik vroeger meer gezien en toen te voet," een ander: „De gelukzoeker ziet er goed uit." Ik deed, alsof ik niets hoorde, en bleef maar wandelen.

Beide heeren waren ondertusschenbij eene koets blijven staan, waarin verscheidene dames zaten, en zij vroegen mij, of ik haar een poos met vroolijken en grappigen kout wilde vermaken. Ik ging niet naar de kant, waar de meisjes waren, maar wendde mij naar de zitplaatsen van de moeder en de tante, beiden opgewekte dames van leeftijd, de een was een vijftiger, de andere een ietsje jonger. Ik zei haar tallooze en teedere woorden, waaraan beiden een gewillig oor leenden, want er bestaat ter wereld geen vrouw, hoe oud zij ook moge wezen, zonder eigendunk. Ik beloofde haar op het een of ander te onthalen en vroeg, of de jonge dames gehuwd waren, waarop zij een ontkennend antwoord gaven, trouwens uit de gesprekken der meisjes viel zulks gemakkelijk op te maken. Ik zei de gebruike-

Sluiten