Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII

WAARIN HET VERHAAL WORDT VERVOLGD MET NOG ANDERE AVONTUREN EN MERKWAARDIGE ONGEVALLEN

Het werd dag en wij stonden op om te zorgen voor de bedienden, het tafelzilver en de verschillende schotels. Daar men voor geld alles krijgen kan en nog niemand daarvoor den eerbied heeft verloren, kwam ik met den hofmeester van een aanzienlijk heer, tegen betaling, overeen, dat hij het tafelzilver zou verschaffen en met drie bedienden de gerechten zou opdisschen. De morgen verliep met het maken van de noodige toebereidselen; in den namiddag huurde ik een klein soort paard en reed op het afgesproken uur naar het paviljoen. Ik had mijn gordelriem vol met papieren, alsof het gewichtige documenten waren, en uit de jas, die losgeknoopt was, kwamen ook eenige stukken uitkijken. Bij mijne aankomst waren allen er al: de dames en de heeren. De eersten ontvingen mij met blijken van groote genegenheid, en de heeren spraken mij aan met je en jij, een bewijs van gemeenzaamheid. Ik had gezegd dat ik don Fehpe Tristan heette, en den geheelen dag was het maar don Fehpe hier en don Fehpe daar. Ik begon met te zeggen dat ik het zóó druk had met aangelegenheden des konings en met rekeningen betreffende mijn landgoederen, dat ik bevreesd was geweest niet aan onze afspraak gevolg te kunnen geven, en dat zij daarom moesten rekenen op een eenigszins gehaast noenmaal. Intusschen was de eerste 'bediende gekomen met al het tafelgerei, het zilvergoed en de bedienden. De dames en de heeren deden niets als naar mij kijken, zonder een woord te spreken. Ik

Sluiten