Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaf bevel om in bet priëel de tafel te dekken, er bij voegend dat wij onderwijl naar de vijvers gingen. De oudere dames kwamen naar mij toe om mij lievigheden te zeggen. Ik was blij de meisjes zonder voile te zien, want sedert God mij had geschapen, heb ik niet zóó iets liefelijks aanschouwd als haar die ik voornemens was te trouwen: blank van gelaatskleur, blond van haar, met frissche roode wangen, eene kleine mond met fijne en dicht bij elkaar staande tanden, een goedgevormde neus, groote grijze, mooi gespleten, verleidelijke oogen, daarbij lang van gestalte, fraaie, lange handen en iets hspelends in de spraak. De andere zag er niet kwaaor~uit, maar was erg vrij in haar optreden en zg gaf mij het vermoeden wel wat erg afgekust te zijn. Wij gingen naar de vijvers en bekeken alles, wat er maar te zien was, en uit het met haar gevoerde gesprek bemerkte ik dat zij, die de mijne zou worden, in Herodes' tijd gevaar zou hebben geloopen tot de innocenten te worden gerekend. Ze wist van niets, maar daar ik de vrouwen niet als raadgeefsters of clowns wensch te hebben, en ze alléén verlang als bedgenooten — als ze leelijk en erg wijs zijn, dan is het toch hetzelfde als met Aristóteles of Séneca, of met een boek in bed te liggen—'tracht ik voor alle zekerheid die te krijgen die mij het meest geschikt lijken voor het mingenot. Dat gaf mij troost. Wij wandelden dicht bij het priëel en gaande langs eenige heesters kwam mijn kanten kraag in aanraking met een tak, waardoor hij een weinig scheurde. De jonge dame kwam naar mij toe, verhielp het met een zilveren speld en de moeder vroeg mij, of ik den kraag den volgenden dag naar haar woning wilde sturen, opdat doha Ana, want zoo heette het meisje, dien zou verstel-

Sluiten