Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat wij iederen dag twee tot vijf kinderen roofden. Als hun verdwijnen nu door den omroeper werd bekend gemaakt, kwamen wij opdagen om naar de kenteekenen te vragen en zeiden: „ Inderdaad tenor, ik heb dit kind op dat uur gevonden, en als ik niet naderbij gekomen was, zou het zeker door een kar overreden zijn; het is nu bij mij in huis." Men gaf ons het voor het vinden van kinderen gebruikelijke loon, en wij werden daardoor zoo verrijkt, dat ik reeds vijftig kronen bij elkaar had. Mijne beenen waren toen genezen, ofschoon ik ze nog met lappen had omwikkeld.

Ik besloot uit Madrid te vertrekken en naar Toledo te gaan, waar ik niemand, en niemand mij kende. Ik kocht een bruin pak kleeren, een kraag en een degen, nam afscheid van Valcazar — den bedelaar, waarvan ik sprak en zocht in de herbergen naar reisgelegenheid voor Toledo..

Sluiten