Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Genoemde satirieke roman zal aan het slot van dit levensbericht worden besproken, dan opent zich tevens de gelegenheid om een woord te zeggen over den Spaanschen picareaken of schelmenroman, zijn wezen, ontstaan, bloeitijd en verval.

De kennismaking van Quevedo met don Pedro Tellez de Giron, hertog de Osuna, in het begin van 1609, was voor den eerste een mijlpaal in het leven. Aan het Hof ontmoetten beide mannen elkaar. De hertog, hoogbegaafd staatsman en veldheer, was een van de merkwaardigste figuren van zijn tijd. Een type van den Spaanschen edelman van die dagen, schitterend van geest, vermetel van moed, belust op avonturen, grenzeloos eerzuchtig, met ijzeren wilskracht en met een zelfzucht die tot het cynisme kon gaan, stak hij hoog boven allen uit — van hem wordt gezegd dat de natüur van hem had gemaakt een heerschap klein van postuur, maar dat zijn daden hem maakten tot een groot heerscher. Beide mannen voelden zich tot elkaar aangetrokken, intuïtief én uit berekening. Beide zochten, streefden naar bevrediging van hun eigen belangen, maar ook nobeler drijfveeren brachten hen tot elkaar, zij gevoelden dat zij elkaar aanvulden, met elkaar konden werken, elkaar noodig hadden. Osuna waardeerde in Quevedo den denker, den geleerde, den dichter, en deze zag op tegen Osuna's eminente persoonlijkheid, meenende zijn eerzucht door samenwerking met dezen man te kunnen bevredigen. In 1609 droeg hij zijn lateren beschermheer zijn „Kaétdiaanache Anacreon" op en zijne vertaling in dichtmaat van een werk van den Griekschen wijsgeer Phocyhdes. Aangezien de samenwerking met O sun a eene nieuwe richting aan Quevedo's leven heeft gegeven en daarop van bhjvenden invloed is geweest, schijnt het

Sluiten