Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeenschappelijke belangen, die tusschen zijn toehoorder en Osuna bestonden en beproefde de vroeger tusschen beiden bestaande goede verhouding te herstellen. Gedurende dit onderhoud had Uceda hem aandachtig maar met onheilspellenden blik aangehoord, en hem ten slotte toegevoegd: „het is goed", maar duidelijk viel op zijn gelaat het tegendeel te lezen. Quevedo rapporteerde den onderkoning het voorgevallene, maar vóór de ontvangst van dit bericht kreeg Osuna een schrijven van den eersten minister met de mededeeling dat het optreden van den zaakgelastigde niet bevorderlijk was voor. zijn, Osuna's, zaak, en dat het mitsdien raadzaam was dat hij Quevedo terugriep. Deze had met de overbrengers van de zware beschuldigingen tegen Osuna bij den koning o. a. ook bedoeld Rodrigo Calderon, markies de Siete Igleóiaó (d.w.z. Zeven Kerken), een der invloedrijkste hovelingen. Quevedo nu had vroeger Osuna gewaarschuwd voor Rodrigo Calderon, waarmede hij, Osuna, in briefwisseling was '). Osuna zond den markies Quevedo's schrijven, dat bij diens bezoek ten paleize van Rodrigo Calderon door dezen aan zijn bezoeker werd getoond. Quevedo's besluit was dadelijk genomen, hij erkende met trotsche waardigheid, wat hij heeft geschreven. Bitter moet hem Osuna's handelwijze hebben gestemd, daar hieruit bleek dat Osuna uit zelfzucht zijn vriend, die zoo warm zijn belangen had voorgestaan, (ook bij het vaceeren van het onderkoningschap in Napels had Quevedo, en met goed gevolg,

') Merkwaardig is hier het inzicht van Quevedo in deze hofkabalen en intriges. Enkele jaren later eindigde Rodrigo Calderon zijn Ieren op het schavot (pag. 242).

Sluiten