Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schenning hunner volkeren, en het bewaren van den vrede. en van de rechtsorde, herinnert hen aan het lofgezang en het lied van vrede der hemelsche heerscharen: „Eere zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde." Eenige bladzijden verder maakt de schrijver de vorsten er op indachtig „dat ook de oorlog eene zaak is, waarvan de uitslag door den Heer der heerscharen in laatste instantie wordt beslist, dat men ook in den krijg Hem en Zijne geboden gehoorzamen moet om te overwinnen, dat ook in den oorlog niet het ruwe, materieele geweld alleen, maar de vergeestelijking van die ruwe kracht en de toepassing daarvan op eene verstandige en wetenschappelijke wijze, de goede uitkomst verzekert." (Zouden die uitspraken alleen en uitsluitend gegolden hebben voor den tijd van Quevedo? vert.). Aurehano Fernandez Querra y Orbe zegt in zijn te Madrid in 1852 uitgegeven werken van Quevedo, (ift-1897 is daarvan te Sevilla eene nieuwe uitgave verschenen) na op eenige feilen van het boek te hebben gewezen: „Hoe zulks moge wezen, de paarlen en edelgesteenten zijn in dit werk rijkelijk bijeen vergaard, alleen de zetting en de kunstvolle aan-elkaar-snoering tot een diadeem ontbreekt. En niettegenstaande de storende gebreken van dit boek, zullen geleerde staatsheden van alle tijden en wie er ook maar aanspraak mogen maken op kennis van politieke zaken, zich spoeden naar deze onuitputtelijke bron van wetenschap, van uitnemende grondbeginselen en van hoogst nuttige opmerkingen. De praktische toepassing van dit geschrift zal eene zaak van alle tijden zijn." (Ooor den vert. gecursiveerd). Het tweede deel voltooide hij ongeveer in 1636.

Het volgende geschrift van Quevedo: Carta del

Sluiten