Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EL mundo caducoy desvarios de la edad en los ahos desde 1613 a 1620. „ De in verval zijnde wereld en de grillen des tijds in de jaren 1613 tot 1620." Van dit geschrift, dat van historisch politieken aard is, bestaat slechts een fragment. Het eerste gedeelte behandelt, goed gedocumenteerd, de geschiedenis van den krijg, dien de republiek Venetië met de Uscoquen, zoo werd een troep zeeroovers, die zich aan de kust van Dalmatië genesteld hadden, genoemd, en met het dezen vrijbuiters steun gevende Oostenrijk, voerde van 1602—'1617. Het tweede deel bevat de geschiedenis van den oorlog in Bohemen met den Paltzgraaf Frederik tot en met den veldslag aan den AVitten Berg, 8 November 1602. Zinsbouw en stijl munten uit door helderheid, en het geschrift is eene goede bijdrage tot de geschiedenis van dien tijd.

Eindelijk, na een gedwongen verblijf van drie jaren in La Torre de Juan Abad, werd Quevedo toegestaan zich vrij te bewegen, zonder dat hem Werd meegedeeld. Waarvan hij beschuldigd en wat de reden van die interneering was. Van het hem gegeven verlof maakte hij gebruik om in de residentie terug te keeren. De eerste minister, de hertog de Ohvares, had in dien tijd verordeningen uitgevaardigd tegen de steeds toenemende pracht en praal, die zich openbaarde in de bovenmatig luxueuse kleederdracht, in de overdreven kostbare inrichting der woningen en in het houden van vele rijtuigen, paarden en bedienden. Quevedo ondersteunt de regeering door het schrijven van een gedicht : over de hedendaagsche zeden der KastilLanen, waarin hij op ernstige wijze te velde trekt tegen de toenmalige wuftheid en verbastering der zeden, en de weder-invoering van den vroegeren eenvoud

Sluiten