Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plinaire maatregel beschouwd worden. En ook hier blijft hij zich verzetten tegen de inbreuk op de aloude rechten van Spanje's schutspatroon. Van zijne hand verschijnt een tweede geschrift, den <4den Mei 1628, dat hij opdraagt aan den eersten minister en waarin hij zich tot den koning wendt. Onder de opdracht schrijft hij: „Hier, alleen, in La Torre," het is getiteld: „Mijn zwaard voor Santiago". Hij herhaalt hier de vroeger aangevoerde argumenten en dikt die wat aan. Hij erkent ook nu weer, dat hij de hoogste vereering heeft voor de groote verdiensten van de heilige Theresa en betoogt dat zijn tegenstanders haar eene beleediging aandoen met haar op te dringen iets dat haar niet toekomt en wat zijzelf van de hand wijst. Zijn tegenstanders, die hen> in pamfletten aanvallen en hem daarin verwijten doen omtrent enkele uitlatingen in zijne vroegere geschriften, werpt hij tegen dat die afkomstig zijn uit de jaren van zijn jeugd, dat daarin vaak eene dartele uitgelatenheid doorstraalt, maar dat in den regel ernstige gedachten er aan ten grondslag liggen. „Hoe dit ook moge zijn," zoo vervolgt hij, „sedert dien heb ik „„Het leven van den heiligen Thomas de Vülanueva"" en „„Depolitiek van God en de regeering van Christus"" geschreven, werken die in staat moesten zijn eenige tekortkomingen goed te maken," Hij besluit met de volgende woorden van zijn lievelingswijsgeer Seneca tot de zijne te maken: „Ik weet niet of mijn arbeid goede gevolgen zal dragen, maar ik heb hever dat die achterwege blijven, dan dat ik te kort kom aan het volbrengen van mijn plicht". En in die schoone woorden is weergegeven het hooge karakter van dezen waarachtigen vaderlander en vromen ka thohek, die tot richtsnoer van zijn geheele leven had:

Sluiten