Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den dat de auteur van don Pablo in dit werk niet geheel zonder feilen is, dat de stijl soms al te ineengedrongen is, dat er nu en dan duisterheden in voorkomen, en dat hij bij de schildering van de lotgevallen van zijne personen soms gewaagde uitdrukkingen en beschrijvingen, den picareskenroman eigen, bezigt, maar verzet moet worden aangeteekend tegen bovenstaande geciteerde uitlatingen en tegen Ticknor's afkeuring van de zedelijke strekking van don Pablo.

In den Spaanschen schelmenroman, waarvan don Pablo een der besten is, zijn de daarin voorkomende uitdrukkingen niet altijd fijn, soms doet de boert meer denken aan Aristophanes' grofheden dan aan Boccaccio's beschaafden toon. Quevedo voert ons in kringen, waar morahteit en deugd nauwelijks bij name bekend zijn, niet altijd gebruikt hij gekuischte termen, niet altijd houdt hij een blad voor den mond, maar allerminst stelt hij de ondeugd in een aantrekkelijk Hcht. Wel brengt hij ons in gezelschap van allerlei soort heden: schipbreukelingen in het leven, menschen die aan lager wal zijn geraakt, bedriegers en boeven, maar zijn teekeningen zullen ons evenmin schaden als de dronkemanstooneelen van Velasquez (men denke aan zijn „Borrachoö" — „drinkebroers") of die van Jan Steen. Ofschoon hij ons leidt in holen van zonde en ontucht, heeft het boek geen immoreele strekking. Erkend moet worden dat het niet een boek is voor kwezels of begijntjes. Wie zich door de lezing van don Pablo tot ondeugd of ontucht voelt geprikkeld, moet zeker den hoogsten trap van immoraliteit bereikt hebben, gedegenereerd of amoreel zijn. Zij die aanstoot nemen aan die enkele „platheden" en realistische beschrijvingen, raden wij [een

Sluiten