Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109. Aloiuete, verkleinwoord van Alonso.

110. In den tekst staat: moaqueteroé, dat zijn de toeschouwers die gedurende de vooretelling in de lagere rangen bhjven staan, en met wier bravo s en gefluit het stuk staat of valt.

111. Murnturar: murmelen, ruischen, — ook: mompelen, fluisteren.

112. Pinedo en de beide hierna genoemden waren in dien tijd beroemde acteurs.

113. Me dUvirgué — woordelijk: ontmaagde ik nuj.

114. In den tekst staat: tiendaó — winkels, kramen.

115. Repoóteroó zijn vierkante kleeden met de wapens van den eigenaar er op, waarmee de lastdieren worden bedekt.

116. In den tekst staat amante de red, dat is: amante de loó enrejadoó del coiwento — minnaar van het traliewerk van het klooster. Enrejado beteekent ook netvormige, geweefde of geborduurde arbeid van garen, zijde of goud, waarop met het oog op het einde van dit avontuur wel dient te worden gelet.

117. In Quevedo's tijd begonnen de voorstellingen in de schouwburgen van October tot Maart om twee uur, 's namiddags, in de overige maanden om vier uur. Vóór dat uur konden de plaatsen besproken worden.

118» Bedbiladod beteekent: borduursel a jour bewerkt.

119. Coooö de éhbado; men moet hier denken aan carne de dabado, dat zijn de buitenste gedeelten van geslacht vee, die vroeger op de vasten van Zaterdag mochten worden gegeten.

120. Arana ~ spin. In Catalonie* en Valencia beteekent het een werp- of sleepnet.

Sluiten