Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

138. Raótrero — speurhond.

139. Hocico — snuit, slagtand van een wild zwijn; tornillo — schroef.

140. Azumbre — maat voor natte waren.

141. In den tekst staat: mi maestro de novicios.

142. Cahones beteekent: voor niets deugende schelmen.

143. Een sedert eeuwen in gebruik zijnd voor drank gebezigd vaatwerk.

144. Aóiétcnte heeft dezelfde beteekenis als hier te lande, namelijk — toegevoegd. De stedelijke rechter van Sevilla wordt aóiótente genoemd.

145. Bekende vechtersbazen uit dien tijd. Quevedo noemt beiden in zijn Jacara, en Lopez de Vega maakt melding van Gayon in zijn „La Esclava de su Galan" — „de slavin van haar minnaar .

146. Eveneens een beruchte houwdegen, die ook in een ander geschrift van Quevedo wordt genoemd, hij eindigde aan de galg in Sevilla, zijne geboortestad. Ook wordt hij herdacht in een paar werken van Lopez de Vega.

147. Alonso Alvarez de Osorio, een bekend dichter en picaro, woonde te Sevilla. Hij stond voor een niet zwaar vergrijp terecht, maar werd door de verbittering van zjjn rechter, el asistente don Bernardino de Avellaneda, op wien hij een spotgedicht had gemaakt, in 1604 tot de galg veroordeeld — tevergeefs werd van invloedrijke zijde gratie voor hem gevraagd. De wijze, waarop hij zijn leven eindigde, wekte de bewondering op van het geheele schelmengilde, en zijne nagedachtenis bleef lang bij hen voortleven.

148. Un racimo de uva; racimo en uva beteekenen beide wijndruif, maar onder racimo wordt ook verstaan een bundel aan elkaar hangende voorwerpen

Sluiten