Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderwerpen en voorwerpen van het dierenrijk bestaat, blijkt uit de wonderen, welke in dat rijk door geleerde mannen en genootschappen zijn opgemerkt, en overgelaten aan de navorschingen van hen die oorzaken overpeinzen.

Het is van algemeene bekendheid, dat dieren van iedere soort, groote en kleine, zoowel die op de aarde loopen en kruipen, als die welke in de lucht vliegen, en in het water zwemmen, weten, uit iets dat ingeboren en ingeplant is, en instinct genoemd wordt, en ook natuur, hoe zijne soort moet worden voortgeplant, hoe die na de bevalling of na de verlossing moeten worden groot gebracht, hoe en uit welk voedsel die moeten worden gevoed ; eveneens kennen zij hun voedsel alleen door het gezicht, de reuk en de smaak, en waar hetzelve te zoeken en te vergaderen is. Eveneens weten zij hunne woning en plaatsen van verblijf, zij weten ook waar hunne gezellen en maten zijn op het hooren van hun geluid, en ook uit de wijzigingen van dat geluid, wat zij begeeren. Zulk eene kennis, op zich zelve beschouwd, is geestelijk, evenals de genegenheid waaruit die voortkomt; wat haar omhult is uit de natuur, evenals datgene wat door haar wordt voortgebracht.

Daarenboven is een dier geheel en al gelijk een mensch wat betreft de organen, ledematen en ingewanden van zijn lichaam, en wat hunne functie betreft. Evenals menschen hebben de dieren oogen en daardoor gezicht, hebben zij ooren en daardoor gehoor, neusgaten en daardoor reuk, een mond en eene tong en daardoor smaak, en ook gevoel in de huid met de

Sluiten