Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden, en in het Woord beschreven zijn (zooals in Openb. XIII : 2 en op andere plaatsen).

Omdat er zulk eene gelijkheid is, van de dieren welke in die wereld verschijnen met de dieren in deze wereld, dat zij in het geheel niet kunnen worden onderscheiden, en dat die hun ontstaan ontkenen uit de genegenheden van de engelen des hemels, en uit de lusten van d& geesten der hel, zoo volgt daaruit dat de natuurlijke genegenheden en de lusten hunne ziel zijn, en dat deze met een lichaam bekleed, dieren zijn in effigie. Maar welke genegenheid of lust,, de zïèTTs^van dit of dat dier, hetzij een tam of een wild beest op aarde, hetzij een dag- of een nachtvogel, hetzij een visch van helder of bedorven water ; hier is niet de plaats om dat uit te leggen. In het Woord worden zij dikwijls, genoemd en hebben daar eene beteekenis in overeenstemming met hunne ziel. Wat de beteekenis is van lammeren, schapen, geiten, rammen, bokken, stieren, ossen, kameelen, paarden, ezels, herten alsook van zekere vogels kan men in de „Arcana Coelestia" verklaard zien (A. V. 1200).

90. Na hetgeen voorop gesteld is, zal nu gezegd worden wat de ziel van een beest is_ De ziel van een beest, in zichzelf beschouwd, is geestelijk, want genegenheid, van welke hoedanigheid ook, hetzij goed of kwaad, is geestelijk want zij is van eene zekere liefde afkomstig, en heeft haren oorsprong uit het licht en dewarmte, die van den Heer als zon voortgaan,, en al wat van daaruit voortgaat, is geestelijk. Dat de booze genegenheden welke lusten ge-

Sluiten