Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ming met hunnen oorsprong, welke alle op genegenheden betrekking hebben. Het onderscheid dat er dus is, tusschen de planten in de geestelijke wereld en in de natuurlijke wereld, is, dat zij in de geestelijke wereld in een oogenblik ontstaan, overeenkomstig de genegenheden der engelen en geesten aldaar, zoowel de zaden als de ontkiemingen ; in de natuurlijke wereld daarentegen, is hun oorsprong gelegd in de zaden, waaruit zij ieder jaar ontspringen. Daarenboven zijn er tweeërlei aan de natuur eigen, de tijd, en van daar opeenvolging, en de ruimte en van daar uitgebreidheid ; maar deze bestaan niet in de geestelijke wereld als daaraan eigen ; daar zijn het de apparenties van de staten van hun leven ; van daar is het dat uit de gronden aldaar, welke uit eenen geestelijken oorsprong zijn, planten oogenblikkelijk opschieten, en ook oogenblikkelijk verdwijnen, wat echter alleen geschiedt, wanneer de engelen zich verwijderen, maar wanneer die zich niet verwijderen, duren de apparenties voort. Dit is het verschil tusschen planten in de geestelijke wereld en planten in de natuurlijke wereld. (A. V. 1212).

101. (7). Dat deze oorsprong in het „nut" is, is omdat genegenheden betrekking hebben op het „nut". „Nut" is het onderwerp van alle genegenheid ; want de mensch kan niet „geaffecteerd" worden indien hij niets op het oog heeft, en dat iets is „nut" ; omdat nu alle ge-egenheid „nut" onderstelt, en de plantenziel uit haren geestelijken oorsprong genegenheid is, zooals gezegd werd, daarom is zij eveneens een , nut'". En dit is de oorzaak waarom in elke

Sluiten