Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZON STIJGT.

In kristallijnen heerlijkheid,

Ligt dauw op 't wijde veld gespreid.

Gods adem roert het ranke riet, Dat spiegelt in den rappen vliet

Wat mauve schaduw van den nacht Omhuift de heuvels wonderzacht.

Uit gras en klaver honing geurt, De zonne teeder 't Oosten kleurt.

't Is of de bergreeks groetend neigt, Nu Zon-Vorstin ten hemel stijgt.

Sluiten