Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUD.

HOOFDSTUK. BLADZ.

Voorrede. JÉtk'

I. Het Vrouwtje van Stavoren . 7 ■ i

II. Straffe Gods n

III. Hoe Montfort ordeloos ligt . • 18

IV. Hoe Eenrum, Mensingeweer, Obergum en Winsum een naam kregen 20

V. De Slaper in het Voorhout, de Vorst van éénen dag of de Vroolijke Willem 22

VI. Gerard, de slechte Heer 32

VII. De Basiliscus van Utrecht . . . •. 53

VIII. Het Popje der Heks 57

IX. De Roode Hemdrok . 64

X. Westerschouwen, Westerschouwen, het zal u

berouwen . . t -;-rHf • 67

XI. De Zeemeermin van Edam , 71

XII. De Zeemeermin van Muiden; Erasmus 73

XIII. Kaïn ' 74

XIV. Het Heilig Hout van Dordrecht 83

XV. Maria, het Venster ' . 87

XVI. Brammert en Ellert 89

XVII. zomersneeuw

XVIII. Mirjam ioi

XIX. De Gevangen Wolk 106

XX. De Gierige Mulder . . . m

XXI. Duif en Doffer ■ 116

XXII. Emma van Haarlem 122

XXIII. Eleonora's Poll I2c

XXIV. De Kamper Raadslieden 130

XXV. De Weerter Rogstekers 132

XXVI. Kabouterwraak 137

XXVII. Het Vrouwenzand i49

XXVIII. De Ridder van Stenhuisheerd 154

XXIX. Doodendroom j6o

XXX. Mooi-Ann van Velp 167

XXXI. De Verborgen Schat 178

Sluiten