Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze voorrede er niet verder over spreken. Na dit boek zal waarschijnlijk de sage méér den dichter, minder den wetenschappelijken man als zijn eigendom toebehooren. Laat de volkskunde — de wetenschap — dan in handen van den geleerde .... Zóó zullen wij immers voortaan als collega's naast elkander staan?

Twee dooden heb ik nog te herdenken: Gust. van de Wall Perné en Waling Dijkstra. Zij ook hadden het volk lief en hebben er niet mede gespot. Zij hebben ieder van hun streek gehouden, en waar lieden der Vale Ouwe, waar zij van Friesland tezamen komen, klinke hun naam!

Nu wijkt alle vrees van mij. Er is een groot geluk, dat dit boek wordt uitgegeven. Er bestaat geen blij der vreugde. Dezelfde liefde als Van de Wall Perné en Waling Dijkstra heb ook ik. Ja, misschien is 't mogelijk, dat eens de gansche rijkdom aan sagen, die Nederland heeft, blinkt als een opgedolven schat. Friesland, het geheimzinnige land, Groningen het zinnebeeld-zoekende, Drenthe, het onschuldige en geestige, Overijsel, stil! 't is mijn droomende geboortegrond, Gelderland, het sprookjes-vertellende, Utrecht, het oude, Holland het werkelijke, Zeeland, het wijsgeerige en liefdevolle, Brabant, het fantaseerende, en Limburg ... er is maar één Limburg: welke sagen! Ik ken 't machtig Limburgsche volk uit zijn verhalen. Het moet een volk zijn met vele kunstenaars.

Alle vrees is mij verre. Duizelend van geluk geef ik u 't beste bloed van uw volk en 't beste bloed van mijzelven.

Sluiten