Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met bevende handen. Ze leunde op haar stok, als ze naar zee zag. En dit was misschien wel haar vreeselijkste straf: dat ze hoopte op de terugkomst der schepen.

Haar oude, moede oogen tuurden naar de eindelooze verte en de angst der verwachting omknelde haar keel als een strop. lederen dag strompelde ze naar naar huis, denkend: „Morgen zullen ze komen" —

En zoo gingen de dagen voorbij, tot er niets meer was in haar woning. Ze verkocht haar huis, en leefde voortaan in een krot. En toen kwam het uur, dat haar laatste duit voor brood was betaald.

Steunend op haar stok, en tastend — want bijkans blind was ze — gi°g ze van huis tot huis, bedelende om der barmhartigheid wille. Zé klopte aan de huizen, het vrouwtje van Stavoren. De deuren bleven voor haar gesloten, en ze betwistte met hare zwakke, bevende vingers den honden hun voedsel.

Sluiten