Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vandaag moet Uwe Hoogheid haar beste kleederen aantrekken", sprak de opzichter der garderobe, en hij reikte hem de roode schoenen met gespeÉ, de granaten kousebanden, de groen fluweelen met goud geborduurde broek, den satijnen overrok, den bruinzijden met zilver geborduurden gordel, de zwarte muts met purperen kleppen, den hermelijnen mantel, alles neerliggende op een kostbaar kussen. Eerbiedig boog zich de dienaar, om zijn vorst te kleeden.

„Stil! stil!'' riep Willem uit, „dat speel ik zelf wel klaar.

„Dat zou tegen de gewoonte van Uwe Hoogheid zijn."

Toen hij gekleed was, geleidde men hem naar de eetzaal, waar hem zijn gade reeds wachtte.

„O! onze held, hoe hebben wij naar u verlangd", zeide ze zachtkens. „Zijt ge verlost van uw kwaden droom, dat ge slechts een arme schoenlapper zijt?"

Willem bekeek zijn kleederen, en peinzend bleef eindelijk zijn blik op zijn roode schoenen rusten.

„Kijk eens, geliefde echtgenoote — wat die broek of die kousebanden van me waard zijn, weet ik niet, doch zulke schoenen als ik, heeft alleen maar de graaf van Holland, en daarom moet ik wel gelooven, dat ik ben, wat ge zegt, hoewel ik me ook niet kan verklaren, hoe een graaf van Holland zooveel verstand van schoenen heeft." Hij krabde zich 't hoofd. „En ziet ge, alles zou ik nog wel aannemen, maar de vrouw van den vroolijken Willem met haar wratten en haar schelle stem, zit me in den weg —"

„Spreek, edele heer, niet van een andere vrouw in onze tegenwoordigheid. Wij hebbenUlief, en liefde is ijverzucht."

„Ijverzuchtig behoeft ge op de vrouw van den schoenlapper van Nieuwen niet te zijn." Hij zuchtte. „Wij gelooven u, onze gemalin. Wij zijn de graaf van Holland! Wij zijn de graaf van Holland! Het overige is een kwade droom."

Zijn oogen schitterden.

Sluiten