Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij zeide niets. Hij zette alleen maar zijn mond wijd open, en bleef onbeweeglijk staan.

Toen zuchtte hij, en langzaam ging hij naar zijn huis.

Niet de schoone Isabella van Portugal, maar zijn vrouw met de wratten wachtte hem. Hare handen waren niet zacht. Ze voerden den bezemsteel, en ze hanteerden dien danig tegen den armen schelm, die niets van zijn vroolijkheid had behouden. Hij zette zich aan zijn werk. Zijn muren waren met oude schoenen behangen. Zijn vloer was van aarde, en er waren geen kleeden op. Ook was er geen zachte muziek in zijn woning — en terwijl de schelle stem zijner vrouw hem honende trilde in zijn verdoofde ooren, mompelde hij:

,,'t Was alles maar een droom. Ik had 't wel kunnen denken —* 't was maar een droom."