Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is al heel eenvoudig, man. We zullen haar wel klein krijgen, maar 't kind moeten we ook genezen, is niet waar?" „Ja", antwoordde de man.

„Kijk eens, deze kruiden helpen". De bezweerder gaf hem een klein zakje, zeggend:

„Dat is nummer één. Daarmee moet je de wieg van het kind uitrooken."

De wieg was ook al behekst. Of 't goed was, dat men den duivelbanner om raad had gevraagd!

Schuchter vroeg de man:

„En nummer twee?"

„Nummer twee is dit drankje. Dat moet 't kind gebruiken, 's morgens op de nuchtere maag, 's middags vóór 't gaat eten en 's avonds vóór 't gaat slapen. Maar voor ik 't vergeet, wanneer de wieg wordt uitgerookt, mager niets openstaan. En dan is er nog nummer drie."

„En dat is, nummer drie?"

„Houd de geneesmiddelen in je zak, en loop, zonder je op te houden, recht naar huis. Op de reuk van kruiden komen de heksen af, en raad eens waarom? Ze willen ons werk tegenhouden, die leehjke tjoensters, wanneer het goede is gekocht. Als nu een vrouw op je afkomt, weet je, dat het de heks is. Ga recht door. 'tKan niet missen."

Het was een lange weg, maar de vader nam geen rust, al lokte hem menige herberg. Rechtmoesthij gaan. Straks moest hij de tsjoenster ontmoeten. Maar wonder! hij kwam geen enkele vrouw tegen, noch aan de Sneekerpoort, noch in de Witheerensteeg en eerst op het Hoog schreed iemand hem voorbij. Het was een vrouw. Ze liep vlak langs hem heen, en stiet hem in de zij. Er rinkelde iets. 'tFleschje in zijn zak werd gebroken, en hij gevoelde, dat het drankje wegvloeide. Wat was dat jammer!

Hij vertelde het zijn vrouw dadelijk, toen hij thuiskwam: Zij schudde haar hoofd en riep uit:

„Ja, mijn vriendin was ook al zoo gehaast. Ze moest naar de Witheerensteeg."

Sluiten