Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen vertellen, wat wij te doen en te laten hebben? Maar toch wil ik u niet ongetroost laten heengaan. Ge be. hoeft van mij in het dorp niet te kallen, dat ik gierig benIk zal u wat schenken» vijf Mark zilvers. Hoe! verlangt ge soms meer van me? Gaat dan liever mijn deur voorbij."

„Ge zijt rijk, mulder, en het zal u niet deren, zoo ge honderd Mark geeft."

„Hoho! wist ik 't niet, dat ge dit deuntje wildet gaan zingen? O ja, wel zegt men van mij, dat ik rijk ben, doch met welke maat meet ge een's ander's rijkdom? Ik kan nazien, hoe diep het water in een put staat, of hoe breed een veld is, hoe zwaar een zak meel weegt. Echter kan ik niet weten, hoeveel geld een ander mensch heeft."

„Weigert ge dan geld te geven?"

„Ik weiger niet, ik geef van mijn armoede", en hiermede smeet de gierige mulder vijf Mark zilvers op tafel. Zijn bezoekers vertrokken, woedend over zijn vrekkigheid, zonder hem te danken. Zoodra Godeslas alleen was, lachte hij, mompelend:

„Die dwazen."

Ja, hij vond het dwaas, dat er menschen werden ge[ vonden, die hun leven waagden, om met de Saracenen te [strijden. Daar was hij goedkoop van afgekomen! 's Daags en 's nachts was hij zeker van zijn leven, en hij sliep er niet te minder om in zijn woning.

Eens kwamen hem kruisvaarders voorbij, die naar het Heilige Land wilden trekken. Ze liepen rechtop, denkende aan de woorden van Oliverus. Wat riep hun Godeslas spottende toe? Aldus moet het wel geklonken hebben:

„Hoevelen van u zullen er wederkeeren? Waarom begeeft ge u in den dood?"

Niemand antwoordde hem. Toen hoonde hij hen met wreeder woorden:

I „Ik behoef niets te wagen, ik heb mezelf voor vijf Mark zilvers afgekocht. Weet gij nu, wat ge waard zijt Vrome krijgslieden? Vijf Mark zilvers iedere man!"

Sagen en Legenden van Nederland. 8

Sluiten