Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op hem schenen te wachten, daar zij vlugger waren dan hij. Als hij ze dan pakken wilde, vlogen ze weg, en dan hoorde Hilbert ergens dichtbij hem een honenden lach... van den kleinen kabouter, die tegen zijn beenen leunde.

Bij Japikje's huis hielden zij stil.

Hijgende rende Hilbert erheen. Het was zijn laatste kans.

De kleeren konden niet verder, meende hij. Haastig keek hij op zijn horloge. Het was op slag van twaalven. Hij zag door 't venster. In de kamer zat Japikje, met drie vrijers. Hij had zich te haasten.

Woest snelde hij naar de kleeren.

Ze ijlden in de hoogte, ze bleven zweven in de lucht, ze doken in den schoorsteen, en, nadat hij weder naar het venster was geloopen, bemerkte hij, dat ze zich kalm tegen de schouw hadden gevleid, en dat Japikje met de vrijers vol verwondering het vreemde schouwspel bestaarden.

Op dit oogenblik sloeg het twaalf uren.

Hilbert zag, dat het kaboutertje van zijn beenen sprong, een langen neus maakte, en weg-ijlde. Hij begreep, wie hem zoo leelijke poets had gebakken.

Toen riep hij naar binnen, dat men 't pak zou reiken, en hij kleedde zich aan, om zijn vonnis te vernemen.

Dat was lang niet malsch!

Waarom hij zoo laat kwam?

Dan had hij zich maar niet bij de kabouters moeten ophouden!

Waarom zijn pak zoo stoffig was?

Dan had hij maar beter 'uit zijn oogen moeten kijken.

Of ze nog met hem zou trouwen?

Ja, maar dit jaar niet! Hij moest het volgend jaar op denzelfden dag terugkomen. Want ze vond hem wel een aardige vent ....

Dit is de historie van Hilbert en Japikje, die niet konden trouwen, daar hij een kabouter tot vijand had. Houd allen de kabouters tot vriend, want nuttige kereltjes zijn

10*

Sluiten