Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

DE VERBORGEN SCHAT.

DICHTBIJ Echt, in het Limburgsch land, is een groote schat verborgen, en wie hem vinden kan, verlost de juffrouw zonder kop van den nood, om te moeten zwerven, waar aardsche menschen wonen.

In het schuchtere voorjaar, als nauwelijks nog de blaadjes durven te gluren, en de lucht van bedeesde blauwheid is, en het zonnelicht zich heel verlegen verschuilt, gelijk een jonge knaap, die zijn liefde niet vermag te uiten, lag bij de ruïne van het Sleutje een boerenjongen te slapen. Wellicht — wie zal het zeggen? — had hem het bier uit Susteren tegoed gesmaakt, en hij verdroomde den eersten lentedag. De verliefde zon vluchtte, zoodra de avond kwam,héél snel, en een gure wind verdrong meedoogenloos alles, wat er nog restte van de onvolkomen, teedere poëzie. Drikus, de boerenjongen, bleef snorken, eerst de milde warmte, daarna de barre kou ten spijt, ja, hij ontwaakte zelfs niet, toen er drie eikels op zijn neus vielen. Toch had hij wakend bewustzijn genoeg — een ondeelbaar deeleener seconde—om zich te verbazen, dat er eikels daalden in de vroege lente, een tijd, die meer is aangewezen op het moeizaam zetten, dan wel op het rijpen der vrucht, 't Bleef echter slechts bij dezehaast-wezenlooze verwondering, en hetsnorkengingbijnageheelonverbroken verder, zonder dat hij lette op den tijd, die verging, en op de plaats, waar hij nederlag... Het ware beter geweest, dat hij erover had nagedacht: want middernacht naderde, en op deze; plek spookt de juffrouw zonder kop, die den bewoners van Echt wraak heeft gezworen. Eeuwen geleden is ze door de burgers dier stad aangevallen, en zonder absolutie gestorven. Wee hem, die haar op Woensdag of Vrijdag ontmoet!

Gelukkig was het een andere dag, dat Drikus bij de ruïne lag te slapen!

Nauwelijks was de klok van middernacht uitgeslagen, of hij ontwaakte door een allervreemdste hitte, dichtbij hem. Hij richtte zich op, en wreef zich over zijn oogen. „Wat is dat?" vroeg hij bevend.

i

Sluiten