Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men gevoelde lust, om buiten hem de zaak te bespreken. Toen zeide Alfons rauw: „Mijn vader is een goed militair." Misschien hoorden zij allen, dat er angst en schaamte in hem was. Zij wisten het allen, dat de man zijn straf had verdiend, doch er was wroeging in hun ziel, omdat de Duivel hem had gedood. Een huivering voer langs hen heen. Hun gezichten werden strak, en menigeen bemerkte, dat hij onwillekeurig de hand aan den degen had geslagen.

Alfons vooral bestreed zijn jeugd. Hij hoopte, dat een der anderen iets beleedigends over zijn vader zou zeggen, opdat hij dezen zou kunnen aangrijpen. Toch was hij zichzelven niet meester, en voortdurend hoorde hij een i stem spreken:

„Duivel! duivel! jij bent een duivel's zoon." Eindelijk stelde een gemoedelijk kapitein voor, om heen

te gaan.

„Wij hebben niet te oordeelen . . . ."

Langzamerhand scheen het, dat zij vergeten zouden. Nooit spraken zij er met elkander over. Het waren meerendeels jonge menschen, die 't leven liefhadden, en de ouden \ hadden reeds te veel ondervonden. Binnen eenige dagen was het weder tusschen hen als steeds.

Wanneer zij echter nog eens een schildwacht zagen, die op zijn post was ingeslapen, was 't een geheime overeenkomst, dat ze hem wekten.

Had de Duivel dit bemerkt?

Hij liet een order bekend maken, die ineens weder de oude, geleden geschiedenis in herinnering bracht. Nog strenger dan vroeger luidde het bevel.

Alwieeenschildwachtslapendezouaantreffen,had'trecht

hem te dooden. Wanneer een soldaat het bemerkte, rustte op hem de plicht — zoo hij deze plicht niet volvoerde, zou hij zelf moeten sterven.

Angstig luisterde Alfons naar deze woorden. Nu bemerkte hij, dat de wrok langer bleef in de oogen zijner

Sluiten