Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lodink, en moest Johanna dan trouwen met zulk een armoezaaier, die alleen met zijn handen zijn brood kon verdienen? Ze ging voor den haard zitten, en peinsde. De vlammen speelden hoog-op en gloeiden langs den ketel, de vonken vlogen van 't droge hout, dat zichzelf telkens wentelde. Moeder Christine hield haar handen uitgestrekt, dat alle warmte over de vingertoppen streek. Altijd zeide ze, dat ze zóó het beste kon denken.

Wat haar inviel, was niet gelukkig voor Herbert en Johanna. Want terwijl ze zich vooroverboog, om vooreen stuk hout grooteren doorgang te maken dan het tot dusver had, ontdekte zij, dat ze een anderen vrijer voor Johanna wist dan Herbert...: Albrecht! Albrecht had alles, wat je van een huwelijkscandidaat mag verwachten, zoo meende ze; hij was een kloekgebouwd man, en hij was rijker dan wien ook in den Achterhoek. Hoe zou ze de beiden bij elkaar kunnen brengen, zonder dat Johanna het sluw opzet bemerkte?

Geen beter koppelaar dan het toeval!

Eens ontmoette moeder Christine Albrecht, terwijl ze er eigenlijk 't minst op verdacht was. Ze hield hem aan, dadelijk tot een gesprek gereed.

„Wel Albrecht", zoo sprak ze, „wat zie ik je tegenwoordig weinig."

„We loopen elkaar uit den weg, juffer Christine", lachte de jonge man.

,,' t Lijkt wel zoo —Je moest eens een avond bij ons komen, dan kun je met den Scholte nog eens over politiek praten.''

Dat haar dochter thuis zou zijn, wanneer er over de politiek zou worden gesproken, kan iedereen gemakkelijk begrijpen. En ziet! moeder Christine speelde haar beste kaarten uit: want Johanna was dien avond op haar blozendst en mooist, en als speelde er de wind door, zoo dartel waren haar krullen over 't blanke voorhoofd. Alle geheimen van haar jeugd, anders zoo verborgen achter den nevel harer oogen, las je nu op haar vroolijk gezicht, vrij-uit,

Sluiten