Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man. Maar niet voor niets was hij soldaat geweest: hij bewonderde Herbert om zijn moed.

Johanna schoof iets naderbij, om beter te kunnen hooren. Albrecht had den mond wijd-open van verbazing. Moeder Christine schoof onrustig op haar stoel.

Ja, wat had de drommelsche jongen gedaan? Teeder werd Lodink's stem.

„Op het oogenblik, dat hij gevaar liep verpletterd te worden, had Herbert in den kuil gezien — alles, wat de witte wiven er deden. Ze zaten voor een vuurtje, en daarboven was een groene boomtak, waaraan een vogel hing, netjes geplukt, of het door menschenhanden was geschied. Ze braadden 't vleesch, de witte wiven. 't Was maar goed ook, dat Herbert zijn oogen den kost had gegeven. Want daardoor had hij later zijn dankbaarheid kunnen bewijzen.

Hij was thuis gekomen, en had zijn zuster Aleid, met wie hij vroeger zoo dikwijls in den kuil was gedaald, onder vier oogen alles verteld. Hij had haar gevraagd, of ze voor de witte wiven een Driekoningenkoek wilde bakken, bruin van korst en zoet van binnen, en die wilde hij vóór zonsondergang brengen. Aleid had geglimlacht. Was 't méér niet? Ze wilde nog meer voor hem doen. En toen hij haar had gevraagd, of ze alles netjes voor hem wilde klaarmaken, had ze hem aangezien en gezegd:

„Natuurlijk wil ik dat doen, maar onder één voorwaarde.''

„En die is?"

„Dat ik mee mag gaan naar den Wittewivenkuil."

„Aleid", riep hij angstig, „dat niet."

„Zouden de witte wiven je kwaad doen?" had ze gevraagd. „Dan wil ik het gevaar met je deelen. Vroeger hebben wij er bloemen geplukt, Herbert, tot Johanna je vroeg niet meer te gaan. Dacht je, dat ik nu bang geworden was?"

Dagen lang van zelfopofferenden strijd hadden zij gegekend. Aleid had overwonnen. Ze bakte de geurige Driekoningenkoek, en deed ze in een aarden schotel. Ze

Sluiten