Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele kinderen als Beatrijs ter wereld zal brengen, zoovele jonge honden leggen wij ervoor in de plaats. Wij zullen dan zeggen, dat deze jonge honden hare kinderen zijn, en ik zal iemand bevelen, om haar werkelijke kinderen weg te dragen en te dooden. Dan voorwaar zal Oriant, de koning, wel van Beatrijs afkeerig zijn."

De vrouw beloofde, dat zij gehoorzaam zou zijn aan Matabrune's bevelen.

Beatrijs bracht zes zonen ter wereld en eene dochter. Ze hadden allen bij hun geboorte een zilveren keten om den hals, zoo edel was de moeder. Nauwelijks had Matabrune dit alles vernomen, of ze voerde de kinderen weg, en in de plaats daarvan legde ze zeven jonge honden naast Beatrijs, de zieke koningin.

Dit nu riep de vrouw, die Matabrune bij zich had laten komen. Ze riep met luide stem tot Beatrijs:

„Wee koningin Beatrijs! Wee over u! Gij hebt zeven jonge honden ter wereld gebracht! Wee! Wee!"

De slechte Matabrune zeide:

„Doe weg dat schandelijk stuk, en begraaf de honden op het veld. Houd het geheim, vrouw, opdat des konings eere niet gekrenkt worde."

Beatrijs dan was zeer zwak. Zij had het niet bemerkt, welk verraad er was geschied. Het duurde wel een tijd, voor ze bij haar zinnen kwam. Op dat oogenblik keerde Matabrune haar gansche haat tegen Beatrijs, de ongelukkige koningin uit, haar scheldend met booze woorden, dat zij jonge honden het leven had geschonken en geene kinderen. Met moede stem zeide Beatrijs:

„Toon ze me dan, want ik kan u niet gelooven."

Men liet haar de jonge honden zien, en toen schreide Beatrijs, omdat ze voor altijd de liefde van haren man, Oriant, had verloren.

De vrouw, die haar in haar ziekte had verzorgd, zeide met valsche stem:

„Ge behoeft niet te weeneri, edele koningin, want ge

Sluiten