Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebt verraden? Wilt gij ook nog haren zoon dooden? Thans zal ik u met Gods hulp toonen, wat gij van mij hebt te verwachten."

Hij sloeg hem den helm af, en hieuw hem zoo met 't zwaard, dat hij zich niet meer kon verweren, en daarna kloofde hij hem den arm. Toen gaf de valsche ridder Macharis zichzelf gewonnen.

„Jongeling! ik heb den slag verloren — zeg mij uwen naam."

„Ik ben Helias — de zoon van den edelen koning Oriant en de in haar leven zoo getrouwe koningin Beatrijs en ik wil zien, hoe gij zult sterven, vóór ik deze plaats verlate. Wacht uwen dood, verrader."

Het antwoord van den valschen ridder Macharis luidde als volgt:

„Laat mij leven, tot ik de waarheid heb bekend. Laat mij den goudsmid aanwijzen, die de ketens heeft van uwe zuster en uwe broeders."

De kamprechters kwamen, en ze wezen Helias de overwinning toe. Deze echter zeide slechts:

„Dat de koning hier kome met de koningin en al hunne heeren."

De edele Oriant en de reine Beatrijs, verzeld van hunne drommen ridders, traden in het strijdperk, om te hooren, wat de jongeling, Helias, hun wilde zeggen.

„Luister naar de belijdenis van dezen ridder hier, van ^Macharis, den valschaard."

Macharis trad naar voren, groetende den koning, Oriant, en de koningin, Beatrijs, met eerbiedige révérence. En hij bekende allen, die om hem heen stonden, de talrijke misdrijven van Matabrune, die hiervoren zijn verhaald, i opdat zij geene navolging zullen vinden in der Kerstenen ■landen. Amen.

Men hing Macharis aan eene hooge galg, den valschen : ridder, die Beatrijs valschelijk had beticht. De koning 1 omhelsde iBeatrijs om al het leed, dat zij onschuldig had