Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleden. Er waren vele vreugdefeesten, en daarna werd j de goudsmid ontboden, dien men vroeg, wat er van de I zilveren ketens was geworden.

De goudsmid nu bracht vijf zilveren ketens terug, en 1 een beker, dien hij met den beker der slechte Matabrune j uit ééne keten had gesmeed, en hij bad om vergiffenis, èn de koning zeide:

,,U zij vergiffenis geschonken."

Oriant en Beatrijs namen de ketenen, en ze kusten deze, klagende om hunne arme kinderen, die in zwanen j waren veranderd.

Vervolgens werd Marcus geroepen, wien de booze j Matabrune de oogen had uitgestoken, en Oriant, de koning, 1 vroeg hem, hoe hij in blindheid was geraakt.

Op deze vraag zeide Marcus, al wat hem was overkomen.

Oriant gevoelde medelijden met den blinde, en hij bad I innig tot God, dat Marcus weder zou genezen. Hij teekende j over de oogen van den ongelukkige een kruisje, en daar- j door herkreeg Marcus zijn gezicht. Allen waren verbaasd j over het wonder, dat aan den dienaar was geschied.

Nadat Matabrune had vernomen, welk lot de valsche I ridder Macharis had ondergaan, werd zij bevreesd, en zij gaf daarom den knechten, die haar bewaakten, veel wijn 1 te drinken, opdat zij dronken zouden worden. Haar toeleg | gelukte. De knechten sliepen zwaar in hun roes, en 1 Matabrune kon ontvluchten. Helias echter, die door zijnen I vader als koning was gekroond in Lilefoort, zette haar j na, belegerde het kasteel, waarin Matabrune was gevlucht, veroverde het, nam de slechte vrouw gevangen, en deed haar verbranden.

Hij had gezworen, dat hij niet zou rusten, voor hij zijne j zuster en zijne broeders terug had gevonden, en nauwelijks had hij zijn eed uitgesproken, of zes zwanen vlogen uit de hooge lucht, en daalden in de slotgracht. Helias I riep Oriant, zijn vader, en Beatrijs, zijne moeder, en tezamen gingen ze naar het water. De zwanen zwommen op Helias j

Sluiten