Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe, en lieten zich door hem streelen. Hij toonde hun de ketens, en de trotsche vogelen schaarden zich in een rij, om elk zijne keten te ontvangen. Helias hing ze een keten om, voor den laatsten zwaan echter bleef er geene meer over. Oriant en Beatrijs liepen hunne vijf kinderen tegemoet, vier zonen en eene dochter, en waren met hen blijde. De arme zesde zwaan was zeer bedroefd, en van smart wilde hij zichzelven de veeren uittrekken.

„Wees zonder smart", zoo troostte hem Helias, „want ik heb u lief als mijnen broeder, ook al hebt gij niet de gestalte van een mensch."

De zwaan was zeer dankbaar over deze woorden, en boog zijn hoofd, uit dankbaarheid voor den edelen jongeling.

De vijf kinderen werden gedoopt, en de dochter werd Rosse genaamd.

Nadat Helias reeds eenigen tijd koning was geweest, zag hij eens op een morgen het venster uit en hij bemerkte zijnen broeder den zwaan, een scheepje trekkende. De koning, Helias, hield dit terecht voor een teeken Gods, en hij riep zijn dienaren toe:

„Breng mij mijn harnas en mijn zilveren schild, want ik moet deze plaats, Lilefoort, verlaten."

Men gaf hem zijn harnas, rhen reikte hem 't schild, waarop een dubbel gouden kruis stond, en zijn vader Oriant schonk hem eenen hoorn, zeggende:

„Bewaar dezen hoorn, want die hem hoort blazen, dien zal geen leed of schande kunnen geschieden."

Driemaal schreeuwde de zwaan met wonderlijke stem, en Helias ging in het schuitje zitten. De zwaan klapte ten zijnen wellekomste met zijne vleugelen, en zwom aan, het scheepje achter zich, van stroom tot stroom, tot zij de plaats bereikten, door God voor hem beschikt.

Juist hield Otto de eerste, keizer van Almanien, heerschend over de landen der Ardennen, van Luik en Namen, rijksdag in Nijmegen, en de graaf van Frankenburg, be-