Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene zaak, die u niet heeft geroepen."

Helias zeide rustig, en hij rekte zijn krachtig lichaam hoog op:

„Ziedaar mijn handschoen, ik geef dezen u, om de eere Gods en om de minne der edele vrouw. Heden zult gij bevinden, wat een ridder van avonturen doen kan."

De graaf van Frankenburg nam Helias' handschoen en de keizer ontving hun beider eed.

„Wanneer wilt gij kampen?"

Helias ging naar voren.

„Nog dezen dag."

Daar de graaf dit niet durfde weigeren, werd het strijdperk gereed gemaakt, en in een wijden kring gingen de keizer met zijne heeren, de hertogin en hare dochter zitten. De edele vrouwen smeekten God, dat de edele ridder van avonturen zou overwinnen, en de beide strijders reden op elkaar in. Bij den eersten stoot braken de lansen en daarom streden zij verder met hunne zwaarden, tot de graaf van Frankenburg zich niet meer kon verweren, en een spanne tijds vroeg, teneinde te mogen spreken.

„O edele ridder!" aldus sprak hij, „maak met mij vrede, ge kunt verkrijgen daarvoor mijne dochter en het land van Ardennen."

Dit was Helias' antwoord:

„Meent gij, dat ik u zal steunen in uw verraad? Spreek daarover niet meer, want van mij hebt gij geene genade te wachten. Ik zal de hertogin verlossen, en hare dochter zal ik trouwen tegen uwen wil."

Na deze woorden sloeg de graaf den ridder, Helias, het zwaard uit de handen. Deze echter sprong van zijn paard, greep den graaf van Frankenburg vast, sleurde hem ter aarde, brak zijn schild, en ontwrong hem zijn zwaard. De graaf van Frankenburg smeekte om genade. Helias sloeg hem 't hoofd af.

Helias keerde zich weder tot den keizer, hem groetende, en de keizer, Otto de Eerste van Almanien, herstelde de

Sluiten