Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keizer te Nijmegen, om afscheid van hem te nemen."

Toen riep de hertogin in grooten angst hare dochter IJda, opdat deze haren vader met smeeken en weenen zou vragen, te blijven. Maar in den ochtend verzamelde Helias zijne heeren, en hij beval hun te zorgen voor zijne vrouw en zijne dochter en het goede land van Bouillon. Al sprekende, hoorde hij, dat de zwaan al buiten was, slaande met de vleugelen een groot geraas. Helias begaf zich naar het scheepken, en de zwaan voerde hem door den stroom.

De hertogin Clarisse en haar schoone dochter IJda begaven zich naar Nijmegen, teneinde den keizer Otto van Almanien, te vertellen, wat er was geschied.

Nog waren zij aan het spreken, daar stiet Helias den hoorn, en hij ging naar den keizer, hem eerbiedig groetende, en hij gaf hem zijn land terug.

De keizer vroeg hem:

„Blijf, hertog van Bouillon, bij uwe vrouw Clarisse en uwe schoone dochter IJda." Helias echter zeide:

„Ik kan dit niet volbrengen. Ik vraag u slechts bescherming voor mijne vrouw, Clarisse, en mijne dochter, IJda." De keizer sprak: „Ik belove ze u."

Toen vertrok de ridder, en de zwaan voerde hem van Nijmegen langs vele stroomen, naar Lilefoort.

Juist bij zijn aankomst zat Oriant met zijne vrouw en zijne vijf kinderen aan tafel, en daar hoorden ze den stoot van Helias' hoorn. Zij stonden allen op, en ze zagen uit de vensters van 't paleis, ze zagen den zwaan, en Helias zittende in het scheepken. Hij sprong aan wal, en zijn vader, Oriant, zijne moedér Beatrijs, zijne zuster Rosse, en zijne vier broeders ijlden hem tegemoet, en ze stelden hem vele vragen, maar zijne moeder, Beatrijs, vroeg, waar de zwaan was gebleven, en hij antwoordde •

„Hij is in het water teruggekeerd. Ik echter zal hem

Sluiten