Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de weide in, tot het moe was gespeeld, en naar huis toe ging Ze zeide haar avondgebedje alleen en weldra sliep zij in. Haar vader kwam eenige uren later, doch t kind werd niet wakker.

De vrouw onderwijl stond in de donkere schatkamer. Bii het dichtslaan van de deur, was de zware nacht onmiddeliiik om haar, en de stemmen der edelsteenen hielden met spreken op. Hoe was het mogelijk, dat zij in een wtrek stond vol van kostbaarheden? 't Was alles duister, de diamanten waren niet minder nacht dan de tafelen, waarop zij waren neergelegd. Alles zweeg, ook de geluiden van buiten, en lang-uit liet de vrouw zich op den grond vallen, om te slapen. De slaap wilde echter niet voor haar komen, want in haar ooren was nog de echo der edelsteenen-fluistering, en ze trilde van verlangen, om hun stemmen weder te vernemen en hun gloed weder te zien. Nooit wUde zij van de plaats scheiden. O, het genadeloos duren van den nacht!

Het was buiten reeds lang dag, toen de eerste af-glans der zon in de schatkamer daalde, en met den valen schemer herbegon het licht der edelsteenen te stralen en hun stemmen vingen weder aan te klinken.

„Het is dag, kom nu bij ons. Neem ons in uw handen, pas' ons om uw vingeren, leg ons om uw hals "

Wankelend ging ze naar de tafels, en een voor één hield ze de sieraden vast. Ze glimlachte, terwijl ze ten laatste het kostbaarste snoer paarlen om haar hals wond, en vijf armbanden met diamanten bezet in haar hand nam. Ze wendde zich naar de deur, met hetplan, te ontvluchten. Ineens bedacht ze, dat de deur was gesloten, enze staarde naar het ijzer, dat haar tegenhield van de vrijheid en het geluk, gelijk ze den avond te voren naar de diamanten

had gezien. , , . ,. %

Zóó vonden haar de mannen, die - nadat het kind was ontwaakt en het verhaal had verteld, dat de vrouw was opgesloten—de schatkamer binnendrongen. Ze zagen,

Sluiten