Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezen kan; men meende, dat zij sterven zou om der wille van deze vreugde. Adelaert, de wijste der broeders, nam haar in zijn armen en voerde haar van Reinout weg.

Een verspieder naderde thans vrouw Aye, en hij zeide:

„Vang Reinout, en levert hem over aan keizer Karei, want aldus hebt gij gezworen." Doch vrouwe Aye antwoordde hem:

„Mijn hart kan mijn kinderen geen kwaad doen: noch om het leven noch om den dood zou ik mijn kinderen verraden.''

Ook Aymijn vernam, dat zijn zonen in de zaal waren, en hij deed zijn baronnen zich wapenen. Reinout lag ter aarde, dronken van den wijn, en Ritsaert en Writsaert en Adelaert stelden zich te weer, twee dagen lang. En Reinout lag ter aarde; toen de derde dag kwam, ontwaakte hij, en hij zag zijn broeders strijden.

Hij verhief zich en sprak:

„Broeders staat achter mij, gij zijt moede geworden, uw slagen zijn te zwak."

Reinout sloeg met zijn zwaard om zich heen, en men vreesde hem als den dood zelve. Reinout doorbrak de schare, tot hij bij zijn vader was, en hij wilde hem met het zwaard verslaan. Adelaert volgde hem, en hield hem tegen.

„Broeder —" zeide hij verstandig, „wat wilt gij? Nimmer zouden wij de schande ontwijken, noch voor God verzoenen, noch ooit kunnen komen bij een edelman; en Karei zoude ons nimmer vergiffenis schenken!"

Reinout echter zeide:

„Voorzeker, ik zal hem leeren zijn kinderen te belagen.'' Hij bond zijn vader handen en voeten en legde hem op een paard ter neder. Een jongeling kwam voorbij, en Reinout beval hem Aymijn naar keizer Karei te brengen. De jongeling weigerde, en de edele ridder sloeg hem een hand en een oor af, en stak hem een oog uit. De jongeling had slechts één hand, één dor en één oog over, en angstig werd hij voor verder verlies. Dus bracht hij Aymijn naar Karei, en dikwijls vervloekte hij Reinout onderweg.

Sluiten