Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door smeeken was hij terug te houden. Men bracht hem I harnas, lederen broek, en een helm van staal, hoe fraai kleed- 1 den ze hem. Gawein voerde tot hem zijn ros, Perchevael I reikte den koning een zwaard, opdat hij het den knaap zou aangorden. De kamerheer spande hem een spoor aan den 1 rechter- en Lanceloot aan den linkervoet. IJwein hield den stijgbeugel, toen hij zich op het paard wierp, en nog gaf men hem een schild en een sterke speer. Was er ooit eenig ] ridder, wien men meer eer bewees, dan den armen Ferguut ? j

De nar zat bij het vuur, en warmde zich de handen. Even wendde hij zich om, zag Keye aan met honenden blik, en riep toen met luide stem tot den koning:

„Binnen korten tijd zult gij den ridder zien van de zwarte rots, aan den hals het gebroken schild, om u den sluier en i den horen te brengen, en voor u neer te knielen."

Keye begreep het wel, dat de nar dit zeide, om hem te ergeren, en hij barstte bijkans van toorn. Zoo men het j hem niet euvel had geduid, had hij den nar gaarne gegrepen en levend verbrand. Nu deed hij, of hij niets kon verstaan, en hij lachte, terwijl hij voor den koning stond.

Ferguut nam afscheid, van Arthur en zijn ridderen. Tot Gawein ging hij en met hem sprak hij nog, voor hij vertrok. Gawein beval hem aan in de hoede der Moeder Gods, j en Ferguut reed heen, terwijl allen, behalve Keye, in rouwe achterbleven, maar krachtig en vroolijk was Ferguut, want op alle wegen was zonnelicht.

Hoofdstuk II. Ferguut en Galiëne.

Den ganschen dag had Ferguut gereden, toen hij eindelijk kwam aan een groot kasteel; op de brug zag hij een ridder, die een valk in de hand hield, en naast hem stond diens nicht, de schoone Galiëne, schoonere jonkvrouw kende men niet in het land van Alney.*) Ze had grijze, klare oogen, een glad en hoog voorhoofd; haar gelaat was lang, recht en blank; rood waren de lippen, en ze had

!) Graafschap Glocester?

Sluiten