Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik kom terug", antwoordde Ferguut, „zoo ik den horen en sluier heb."

Een wolk van stof was er aan het eind van den weg. De oude ridder tuurde er nog lang naar, angstig om der wille van Ferguut. Doch hij wist nog niet, dat Galiëne het [kasteel had verlaten en door een paar spottende woorden van Keye, zocht Ferguut het avontuur, terwijl hij de liefde had kunnen vinden.

O! een avontuur, dat hem langen tijd zou heugen. Want naar den top der rots ging maar een kleine weg, die niet breed genoeg was voor man en paard. Hij bond ïhet dier aan een olijfboom en met veel moeite klom hij naar boven. Dikwijls bij het opwaarts-gaan gleed hij naar i beneden, en zijn hand werd wreed aan de doornen gewond.

Hij scheen niet verder te komen, en waar was de leeuw

met horen en sluier? Waar de ridder, die met hem zou istrijden?Hadmenhemdantenhovenietdewaarheidgezegd? Toen vond hij eindelijk een kapel, waar hij binnen wilde

treden. Daarvoor stond een metalen beeld, een hamer in f zijn hand, dreigend van houding; maar Ferguut was niet

angstig, en wierp hem den hamer uit de vingeren. Nu bei merkte hij, dat er geen leven in het beeld was, en hij \ schaamde zich, dat hij gestreden had met een man, die

zich niet kon verweren. In de kapel zag hij den leeuw, die

van ivoor was gemaakt. Hij rende erheen, hij ontnam hem j'horen en sluier. Hoog richtte hij zich op. Driemaal stiet

hij den horen, dat het geluid verre in de ronde klonk.

Trotsch daalde hij van de rots — zou hij zonder gevecht

bij koning Arthur komen? Hij ging naar den olijfboom,

hij sprong op zijn paard, hij nam schild en speer en riep: „Waar is de ridder, die mij dooden zou. Hij komehier!

Al waren het vijf ridderen, ik zou hen niet ontvluchten.!' Nauwelijks had hij deze woorden gesproken, of er was

een donderend geluid inhetwoud.'Eenzwarteridder naderde ; Ferguut, zwart was hij van hoofd tot voet, alleen zijn tanden

waren wit. Zwart als de nacht was zijn paard. Hij riep uit:

Sluiten