Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeneed wilt zweren, houdt hemnog een luttelen tijd bij u —"

„Vrouwe, uw raad willen wij volgen."

Ze wist niet, dat de witte ridder al was uitgereden. Het was al laat op den dag, dat hij den Rikenstene naderde. Hij hoorde, dat de koning tegen de poort klopte, roepende:

„Ontsluit de poort, ontsluit, ontsluit, en geef mij have en goed! Ik hang u op, voorwaar, zoo ge mijn wil niet doet. Wat laat gij mij wachten en roepen —"

Ferguut trad hem in den weg. Pennevare's schaduw was ver over 't land.

„Heer — ge bedrijft kwaad", zeide hij met ontroerde stem, „dat gij deze vrouw, die u niet mint, met geweld wilt nemen. Laat haar met vrede, dan doet gij wel. Keer weder in uw land."

Galarant riep schamper uit:

„Ridder, wat wilt ge van ons? Rijd heen, zoover u uw paard kan dragen, of ik zal u met mijn zwaard doorsteken.'' Macedone was een driftig man.

„Als gij haar kampioen wilt zijn, laat ons strijden."

„Dit zal geschieden", beloofde Ferguut.

Zij zetten hun paarden aan, Macedone en de koning te eener zijde, Ferguut te anderer. Zij hieuwen tezamen op den ridder in, die het witte schild droeg, zóó krachtig, dat hem wel achthonderd ringen uit zijn pantser braken. Doch Ferguut bleef in den zadel, en glimlachte om de booze woorden, die zijn vijanden riepen. Zag niet Galiëne naar hem ? Wat deerde hem pijn ? Hij mocht haar beschutten.

Op Macedone keerde hij zijn volle kracht, en met zijn lans stiethij hem van zijn paard. Doodbleef de ridder liggen.

De koning greep naar zijn zwaard, toen hij Macedone zag vallen. Smartelijk riep hij uit:

„Gij waart mijn troost, mijn schild en mijn speer. Nu zijt ge dood. Wanneer ik geen wraak om u mag nemen, zal mij 't hart breken."

Hij greep Ferguut bij den hals, en sloeg hem tusschen de opening van den helm. De wereld zonk van den witten

Sluiten