Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mit der Haut eines groszen schwarzen Hundes, lauft also Tuf seTnen Hinterpfoten, rasselt dabei mit emer Kette am ^Ise ld springfden ersten, der ihm bc^oe^ sehens auf den Nacken, und wenn er ihn dann zur Erde geworfen bat, verschwindet er ohne Spur.

Dit op den rug springen van den weerwolf is iets heel gewoons, maar 't komt hier in geen der lezingen voor. wlvinden het welbij de Wall Perné „Veluwsche Sagen bij den boozen geest Osschaert (blz. 102), die denspotter volgt op zijn rijm:

„Griepke, griepke grauw „ a'j me griepen wilt, gnep me dan gauw.

In Dendermonde :

„Grijpke, grijpke grauw, Wilt ge mij grijpen, Grijpt mij nou."

Overeenkomst met den weerwolf heeft de Friesche en Overijselsche Evert (De Evert zal hem halen) en de Schiermonnikoogsche Roode Haan, benevens het plaagbeest of het pestdier (dit bracht^de pest aam zie ook^de in dit boek behandelde sage .,De Zwarte Dood ) Den ketting vinden we bij vele spook-en duivelsverhalen terug Wanneer een paar gehuwde lieden zeven zoons krijgt, zonder eene dochter er tusschen in, dan is één der zeven een weerwolf. Meermalen heb ik hooren vertellen dat de jongste der broeders die het zevental vol maakt de weerwolf is. Anderen zeggen, dat de duivelde ges^tetem* de zeven kiest (Waling Dijkstra, Uit Frieslands Volksleven). Zóó weinig worden dergelijke begrippen soms vastgehouden, dat men mij te Groningen heeft verteld:

éénvanzevenzonenismetdenhelmgeboren",(Notabene:

die met den helm geboren is, heeft een voorspellenden geest). In Eist deelde men mij mede, dat de weerwolf de ziel was, door den Duivel bezeten, en die daarom de gedaante van een hond had aangenomen. Ook kon hij goed

Sluiten