Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwsche liefde, en niet alleen, toen zij aan de hoven der Vorsten, op de hooge burchten der Baanrotsen verkeerden, toen zij door dichters werden ingeleid, die slechts bij uitzondering de gouden sporen ontspanden, om de feestzaal te betreden, dichters, wien de harp in handen blonk, al dekte de hertogsgroet of gravenwrong hun kruin: neen, ook toen de Heemskinderen, als kermisgasten in roode en gele lompen gekleed, door den modder onzer pleinen en bruggen gevoerd, bij het orgel van een straatmuzikant hun armen ouden Beyaert kunsten moesten afdwingen — nog toen bleef de liefdes des volks volstandig, nog toen beminden zij die eenmaal zoo fiere jongelingen op hun heldhaftig paard."

En nu — in 't begin der ioe eeuw verschijnt er dus weder een verkorte uitgave van de lotgevallen der vier broeders, een uitgave, welke eindigt met den dood van Beyaert. Want het is vooral de dood van Beyaert, die de „Vier Heemskinderen" zoo dramatisch maakt: 't is het leed om een stervend paard, dat wij met de middeleeuwsche menschen begrijpen. Niet de vele avonturen der ridders kunnen wij zoozeer waardeeren, maar wel hebben wij Adelaert lief als een broeder, wanneer hij uitroept:

„Beyaert! Beyaert! een valschen heer hebt gij gediend en met slecht loon wordt gij betaald."

Dit tooneel alleen zal de wensch van Wolf en Deken dat er „iemand, niet misdeelt van aardig vernuft, onder ons zou opstaan, die een geheel nieuwe Uitgaaf bezorgde van de schoone historie der; Vier Heemskinderen" voor alle geslachten, al leven zij duizend jaar na ons, weder bij verschillende doen opkomen. Hier hebt ge dan een twintigeeuwsche bewerking, om de „Vier Heemskinderen" weder populair te maken voor dezen tijd. Aldus zal deze oude sage1) steeds nieuw blijven.

1) Das Gedicht von Reinout gehort wenigstéhs in die zweite Halfte des 13 Jahrhunderts. Mone. Übersicht der niederlandischen VolksLiteratur alterer Zeit.

Sluiten